About this episode
Rond Rob Jetten schaart zich een relatief jonge groep bewindslieden uit drie duidelijk geprofileerde politieke richtingen. Dat biedt kansen, maar is niet zonder risico. Hoe maakt de nieuwe premier hier een coherent team van? Hoe zal zijn kabinet uitnodigend optreden naar anderen voor meerderheden? Welke verrassingen, parels en risicofactoren schuilen in de ploeg? Wie is 'de Gidi Markuszower die wel kan slagen'? En waarom is een geheime bijeenkomst op zaterdag 21 februari cruciaal? Jaap Jansen en PG Kroeger kijken vooruit en noteren patronen en lessen uit de parlementaire geschiedenis. *** Deze aflevering is mede mogelijk gemaakt met donaties van luisteraars die we hiervoor hartelijk danken. Word ook vriend van de show! Heb je belangstelling om in onze podcast te adverteren of ons te sponsoren? Zend ons een mailtje en wij zoeken contact. *** Waren er bij Dick Schoof vier pizzaslices in een doos die ieder voor zich eters moesten lokken, bij Jetten zijn er drie pilaren die samen een grote koepel van ambitie overeind moeten houden. Eigenlijk ontbreekt er een, dus taak aan de bouwmeester om de constructie desondanks stevig en stabiel te houden. De VVD-pijler blijkt recycling van de wrakke fundering van de coalitie met PVV, NSC en BBB. Dilan Yeşilgöz wil zo blijkbaar afdwingen dat dit – zoals beloofd in de campagne – opnieuw een in de woorden van de VVD ‘centrumrechts kabinet’ zou zijn. De risico's daarmee zijn manifest. Op veel consideratie hoeven de ex-Schoof-bewindslieden in de Kamers niet te rekenen, niet van links en niet van rechts. De CDA-pijler zou uit 'generatie Henri' bestaan. Maar er zit nogal veel ‘Buma’ en zelfs nog ‘Balkenende’ in. Eigenlijk alleen Tom Berendsen (Buitenlandse Zaken) en Heleen Herbert (Economische Zaken) zijn echt nieuwe gezichten. Toch heeft het CDA heeft als junior in de coalitie een doortimmerd pakket aan posten binnengehaald. In elk van de cruciale beleidsdomeinen heeft Bontenbal een sleutelpost veroverd. De D66-zuil rond Jetten is helder geselecteerd: het zijn loyale vertrouwelingen die beseffen dat ze zonder zijn electorale triomf politiek min of meer uitgerangeerd zouden zijn geweest. Jetten heeft met nadruk gezocht naar pragmatische compromiszoekers. Op Landbouw mocht geen drammer. Aan de premier de taak op 21 februari meteen een reeks knopen door te hakken en kabinetsdiscipline te vestigen. Allereerst met zijn vicepremiers - een sterk contrast met Schoof - maar ook met de aanvoerders van de coalitiefracties. Een paradox waarbij Hans van Mierlo zijn vingers zou aflikken: juist om als coalitie constructieve meerderheden te bereiken, moet je zélf ragfijn opereren en de bewindslieden ruimte gunnen 'te leveren'. Slaat ieder voor zi